Citaat | Hoge Raad 26 januari 2016
Onder 7.2.5. Hoge Raad 26 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:110.
Het is wat betreft de te volgen procedure eerst aan de verschoningsgerechtigde om zich bij de doorzoeking ter inbeslagneming uit te laten omtrent het verschoningsrecht met betrekking tot de in beslag te nemen stukken waarbij de zienswijze van de Ringvoorzitter (of diens vervanger), indien aanwezig, kan worden gevraagd. Dit is niet anders indien in verband met bijvoorbeeld de omvang van de te beoordelen stukken, de stukken die naar het voorlopig oordeel van de rechter-commissaris voor inbeslagneming in aanmerking komen, verzegeld worden meegenomen naar het kabinet van de rechter-commissaris. Ook dan dient de verschoningsgerechtigde in staat te worden gesteld zich uit te laten over zijn verschoningsrecht met betrekking tot de in beslag genomen stukken. Het oordeel dat redelijkerwijze geen twijfel erover kan bestaan dat het in dit verband door de verschoningsgerechtigde ingenomen standpunt onjuist is, komt in eerste instantie toe aan de rechter-commissaris, bij voorkeur in gezamenlijk overleg met de Ringvoorzitter (of diens vervanger). Voor zover dat noodzakelijk is mag daartoe door de rechter-commissaris van de desbetreffende stukken worden kennisgenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9, en de alinea staat in dat document op bytes 24331 tot 25515.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/778ccbd2253c1d1303307d9f961a734bc9fecdd873e18e4fd97df6f574c777b9 | shasum -a 256