Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 3.3.1 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112.
De rechtbank heeft de vordering toegewezen met betrekking tot de hiervoor in 3.1 onder (xi)-(xiii) vermelde vergunningen, die zij op grond van de vernietiging door de bestuursrechter onrechtmatig jegens [verweerder] heeft geoordeeld (rov. 15). De primaire grondslag van de vordering heeft de rechtbank ongegrond geoordeeld (rov. 8 en 9). De vordering tot vergoeding van schade wegens de vertraging in de vergunningverlening heeft zij verjaard geoordeeld wat betreft de periode tot 10 mei 2000; de verjaring was naar haar oordeel eerst gestuit door de hiervoor in 3.1 onder (xv) vermelde brief van 10 mei 2005 (rov. 10-13.1). Daarom heeft de rechtbank geen oordeel gegeven over de vergunningverlening in de periode daarvoor (rov. 13.1). De vertraging die is ontstaan door de vernietiging van de hiervoor in 3.1 onder (xii) vermelde vergunning van 3 juli 2001, was volgens haar mede te wijten aan [verweerder] . Daarom heeft zij geoordeeld dat 20% van de door de gebrekkigheid van die vergunning veroorzaakte schade voor rekening van [verweerder] dient te blijven (rov. 19.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0, en de alinea staat in dat document op bytes 17982 tot 19069.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0 | shasum -a 256