Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 3.4.1 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112.
Onderdeel 4 van het middel keert zich tegen het oordeel van het hof dat de hiervoor in 3.1 onder (ix) genoemde brief van de advocaat van [verweerder] van 24 september 1999 de verjaring heeft gestuit van de vordering tot vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de gebreken die kleefden aan de vergunning die is verleend op 19 mei 1994. Het onderdeel voert aan dat de brief betrekking heeft op aanpassing van de overeenkomst van partijen en het bieden van een geschikte locatie voor de stoeterij van [verweerder] , en niet op een vordering uit onrechtmatige daad wegens vernietiging van de verleende vergunning. De brief kan daarom niet worden aangemerkt als een mededeling in de zin van art. 3:317 BW, die de verjaring heeft gestuit, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0, en de alinea staat in dat document op bytes 22238 tot 23013.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0 | shasum -a 256