Citaat | Hoge Raad 3 juni 2016
Onder 3.4.2 Hoge Raad 3 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112.
De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis kan onder meer worden gestuit door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 lid 1 BW). Deze schriftelijke mededeling moet een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar inhouden dat hij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening ermee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering behoorlijk kan verweren. Bij de beoordeling of de mededeling aan de in art. 3:317 lid 1 BW gestelde eisen voldoet, dient niet alleen te worden gelet op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval. Zie voor een en ander HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2741, NJ 2015/382, rov. 3.3, met vermelding van eerdere uitspraken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0, en de alinea staat in dat document op bytes 23104 tot 24105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce466fc48b8b5fe8ab82315adcbd266eb86eb079083753e698ee2ba5704c2dd0 | shasum -a 256