Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 3.2.3. Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1115.

Het hof overweegt dat - met inachtneming van artikel 28 van het Wetboek van Strafvordering - geen rechtsregel gebiedt dat het verhoor direct dient te worden stilgelegd wanneer een verdachte tijdens zijn verhoor vraagt om zijn raadsman te raadplegen. De tekst van artikel 28 van het Wetboek van Strafvordering stelt dat verdachte, telkens wanneer hij dit verzoekt, zoveel mogelijk de gelegenheid wordt verschaft om zich met zijn raadsman in verbinding te stellen. Voorts kan uit artikel 50 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering worden afgeleid dat de voortgang van het onderzoek hierdoor niet belemmerd mag worden. Het hof stelt voorop dat de verbalisanten enige beoordelingsruimte toekomt bij de vraag of het verhoor dient te worden onderbroken wanneer een verdachte vraagt om zijn raadsman te raadplegen. Daarnaast overweegt het hof dat de omvang en toepassing van het in artikel 28 van het Wetboek van Strafvordering besloten recht niet in algemene bewoordingen is uit te drukken, maar in grote mate afhankelijk is van de omstandigheden van het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243, en de alinea staat in dat document op bytes 11614 tot 12683.