Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 3.2.3. Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1115.
Verdachte heeft in de dagen voordat hij voor verhoor op het politiebureau is verschenen - nadat hij per brief was uitgenodigd - contact gehad met zijn raadsman. Ook heeft hij in zijn verhoor op 6 november 2012 verklaard dat hij in de middag van 5 november 2012 met zijn advocaat de zaak heeft doorgesproken. Verdachte heeft tijdens zijn verhoor op 7 november 2012 tweemaal verzocht om contact met zijn advocaat, zoals te lezen is op pagina 15 en 42 van het verbatim uitgewerkte verhoor. Nadat verdachte voor de eerste maal dit verzoek heeft gedaan gaat het verhoor verder en wordt dit verzoek niet herhaald. Pas op pagina 42 verzoekt verdachte nogmaals om contact met zijn advocaat. Aan verdachte wordt na dit verzoek de ruimte gegeven om na te denken. Wanneer na een pauze, waarin verdachte de ruimte wordt gegeven tot nadenken, het verhoor vervolgens wordt hervat, herhaalt verdachte zijn verzoek niet. Het hof oordeelt dat - anders dan de rechtbank heeft geoordeeld - onder deze omstandigheden de verbalisanten door mochten gaan met het verhoor van verdachte en dat het niet direct stilleggen van het verhoor in het onderhavige geval niet leidt tot een schending van artikel 28 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 5 en 6 van het EVRM, waardoor voor bewijsuitsluiting geen grond is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243, en de alinea staat in dat document op bytes 12695 tot 14002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243 | shasum -a 256