Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 3.2.4 Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1115.

17. Echter, nu het dwangmiddel niet is ingezet, zal vooral moeten worden gekeken of hiermee sprake is geweest van overtreding van het pressieverbod zoals bedoeld in artikel 29 Sv. De vraag is dan ook of kan worden uitgesloten dat de verklaring die cliënt vervolgens aflegt mede tot stand is gekomen onder invloed van deze oneigenlijke dreiging. Naar het oordeel van de verdediging is zulks niet uit te sluiten en in elk geval van belang, omdat geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek van de verdachte om contact met zijn raadsman op te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243, en de alinea staat in dat document op bytes 17726 tot 18284.