Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 3.2.4 Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1115.

18. Het verhoor gaat vervolgens verder over lichaamsbeharing, het bezoeken van een lunchruimte en het Internetgedrag van cliënt. Ook daar voert verbalisant [verbalisant] de druk behoorlijk op door te stellen dat de politie alles kan terugvinden, zelfs als het gewist is (pagina 41 verbatim uitwerking vierde verhoor). Vervolgens geeft verbalisant [verbalisant] te kennen dat ze steeds aan cliënt moeten 'trekken’, maar dat ze ook vlot zaken kunnen doen (pagina 42 verbatim uitwerking vierde verhoor). Cliënt geeft daarop het volgende aan:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243, en de alinea staat in dat document op bytes 18296 tot 18852.