Citaat | Hoge Raad 7 juni 2016
Onder 3.3. Hoge Raad 7 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1115.
Het gaat in dit geding om het volgende. De verdachte is per brief uitgenodigd te verschijnen op het politiebureau in verband met verdenking van een zedendelict. De verdachte heeft in de dagen voordat hij voor verhoor op het politiebureau is verschenen contact gehad met zijn raadsman. De verdachte is op het politiebureau op 5 november 2012 om 10.12 uur aangehouden. Hem is voorafgaande aan zijn eerste verhoor door de politie de gelegenheid geboden een advocaat te raadplegen; daarvan heeft hij ondubbelzinnig afstand gedaan. Het proces-verbaal van aanhouding houdt in dat verband nog in dat de verdachte het verhoor wenste te starten "en op een later moment contact wenste te hebben met zijn advocaat". De verdachte heeft in het politieverhoor op 6 november 2012 verklaard dat hij in de middag van 5 november 2012 met zijn advocaat de zaak heeft doorgesproken. De verdachte heeft tijdens zijn vierde verhoor door de politie op 7 november 2012 tweemaal verzocht om contact met zijn advocaat. Nadat de verdachte dit verzoek voor de eerste maal had gedaan, is het verhoor verdergegaan en is dit verzoek toen niet herhaald. Enige tijd nadien heeft de verdachte tijdens het verdere verhoor nogmaals verzocht om contact te mogen opnemen met zijn advocaat. Aan dit verzoek is geen gevolg gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243, en de alinea staat in dat document op bytes 22405 tot 23709.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5a0f2d1fc2f11a83994dad93846f3a07cbedd244f52de37df0c048ecefcf243 | shasum -a 256