Citaat | Hoge Raad 10 juni 2016
Onder 4.6. Hoge Raad 10 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1124.
Aangezien de gedingstukken geen andere slotsom toestaan dan dat de brief van 13 april 2012 op zichzelf beschouwd niet kan worden aangemerkt als een ingebrekestelling in de zin van het hiervoor onder 4.4 overwogene, en de voordien aan de Inspecteur gezonden brieven evenmin, kan ’s Hofs oordeel geen stand houden. De middelen slagen in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/924afa77fcba1933394a90a7333690d1b10ed2efd75b4bd72f0e35bace2e7d62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 924afa77fcba1933394a90a7333690d1b10ed2efd75b4bd72f0e35bace2e7d62, en de alinea staat in dat document op bytes 10179 tot 10537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/924afa77fcba1933394a90a7333690d1b10ed2efd75b4bd72f0e35bace2e7d62 | shasum -a 256