Citaat | Hoge Raad 10 juni 2016
Onder 3.3.4 Hoge Raad 10 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1136.
Het hof is in rov. 4.12 kennelijk ervan uitgegaan dat het op de weg van de man lag om te stellen dat de vrouw bij een juiste voorstelling van zaken had moeten begrijpen dat de man, als hij (ook) die juiste voorstelling van zaken zou hebben gehad, zou zijn afgehouden van het sluiten van de overeenkomst. Daarmee heeft het hof de hiervoor in rov. 3.3.3 weergegeven verdeling van de stelplicht bij een beroep op wederzijdse dwaling miskend. Onderdeel Ia slaagt daarom. De op dat onderdeel voortbouwende klacht van onderdeel Ie slaagt eveneens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9b9d8cc9920e38706dee8a0ea80dcaff0b826c27a7696c5a1f0b6faff1934de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9b9d8cc9920e38706dee8a0ea80dcaff0b826c27a7696c5a1f0b6faff1934de, en de alinea staat in dat document op bytes 15369 tot 15923.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9b9d8cc9920e38706dee8a0ea80dcaff0b826c27a7696c5a1f0b6faff1934de | shasum -a 256