Citaat | Hoge Raad 10 juni 2016
Onder 4 Hoge Raad 10 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1138.
4.2.1 Beroep in cassatie staat niet open voor hem die in de uitspraak heeft berust (art. 400 Rv). Berusting in een rechterlijke uitspraak is het te kennen geven aan de wederpartij van de wil om zich bij die uitspraak neer te leggen en aldus afstand te doen van het recht om daartegen een rechtsmiddel in te stellen. Van berusting kan slechts sprake zijn indien de in het ongelijk gestelde partij na de uitspraak jegens de wederpartij heeft verklaard dat zij zich bij de uitspraak neerlegt of een houding heeft aangenomen waaruit dit in het licht van de omstandigheden van het geval ondubbelzinnig blijkt (zie onder meer HR 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV3373, NJ 2006/364). Indien de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij uit diens uitingen heeft afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft mogen afleiden dat deze op ondubbelzinnige wijze haar wil om in het vonnis te berusten tot uitdrukking heeft gebracht, kan jegens die wederpartij op het ontbreken van die wil geen beroep worden gedaan (art. 3:59 in verbinding met art. 3:35 BW; HR 18 april 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC9310, NJ 1987/480).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10197591435bffc2212eb242bd23b56b83457575c83233e7b89875bfaec27365. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10197591435bffc2212eb242bd23b56b83457575c83233e7b89875bfaec27365, en de alinea staat in dat document op bytes 13239 tot 14375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10197591435bffc2212eb242bd23b56b83457575c83233e7b89875bfaec27365 | shasum -a 256