Citaat | Hoge Raad 10 juni 2016
Onder 3.3.2 Hoge Raad 10 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1167.
Het onderdeel klaagt terecht dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Een kennelijke fout in de zin van art. 31 Rv kan slechts worden aangenomen indien voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is (vgl. HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847, NJ 2013/558). Daarvan is geen sprake in geval van een materieel verkeerde beoordeling van enig onderdeel van de zaak (vgl. Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, p. 174-175). Dat de in de beschikking van 9 juni 2015 uitgesproken proceskostenveroordeling volgens de rechtbank onjuist was wegens "strijd met de opzet van art. [67] Fw", betekent derhalve niet dat die proceskostenveroordeling berustte op een kennelijke fout in de zin van art. 31 Rv. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat die door de rechtbank aangenomen onjuistheid alleen aan de orde kan worden gesteld door de aanwending van een rechtsmiddel (vgl. HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3476).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a39817f638c48327a988f8f7dfbb5bd9aac6c044402c6bf108a7305628411aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a39817f638c48327a988f8f7dfbb5bd9aac6c044402c6bf108a7305628411aa, en de alinea staat in dat document op bytes 11271 tot 12249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a39817f638c48327a988f8f7dfbb5bd9aac6c044402c6bf108a7305628411aa | shasum -a 256