Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1174.
Naar aanleiding van de oplichting op 9 november 2004 heb ik onderzoek gedaan. Ik vergeleek het afschrift van de kassatransacties met de beelden van het videobewakingssysteem. Hiervan heb ik afdrukken gemaakt. Ik heb één van die afbeeldingen, een afbeelding van de man die ik in mijn eerdere verklaring man 1 noemde, naar ons filiaal in 's-Gravenhage gezonden. Ik zond deze afbeelding met de vraag of iemand deze man herkende. Op 12 november 2004 werd ik gebeld door een collega uit 's-Gravenhage. Hij vertelde dat de hoofd caissière aldaar, [betrokkene 6] , de man had herkend als een verdachte die op 14 mei 2004 in het filiaal van de Media Markt, gevestigd aan de Grote Marktstraat te 's-Gravenhage, was aangehouden. Tevens vertelde die collega mij dat de aangehouden verdachte was genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] , woonadres: [a-straat 1] te Schiedam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc8246a0889c29f9e248b8440a74cba2d79f502da956f22c4bf22b463d339aac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc8246a0889c29f9e248b8440a74cba2d79f502da956f22c4bf22b463d339aac, en de alinea staat in dat document op bytes 31508 tot 32421.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc8246a0889c29f9e248b8440a74cba2d79f502da956f22c4bf22b463d339aac | shasum -a 256