Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1193.
Het hof is echter wel met de rechtbank van oordeel dat van de verdachte bij het aantreffen van contrabande in haar woning, welke woning zij op het moment van het aantreffen ook daadwerkelijk bewoont en waarin zij dan ook verblijft, wel een redelijke verklaring mag worden gevergd. De verdachte heeft zich in dit geval steevast beroepen op haar zwijgrecht. Zij heeft zelfs niet verklaard dat de wapens en munitie niet aan haar toebehoorden. Dat is slechts door haar raadsman medegedeeld. Daar komt nog bij dat de wapens en munitie op verschillende plaatsen, die typisch behoren tot het privédomein van de bewoner, zijn aangetroffen: de munitie op de zolder van de bij de woning behorende garage, het pepperspray-wapen in de lade van de keukentafel en het imitatiewapen in een kluis op een slaapkamer. Deze feiten en omstandigheden doen veronderstellen dat een eventueel alternatief scenario waarin zonder wetenschap van de verdachte een ander de wapens en munitie in de door haar bewoonde woning heeft geplaatst, als hoogst onwaarschijnlijk terzijde kan worden geschoven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e88cf412954d3fa4f864805a032672c15f336cd6a51e609f6b61bfbd926f94d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e88cf412954d3fa4f864805a032672c15f336cd6a51e609f6b61bfbd926f94d, en de alinea staat in dat document op bytes 13535 tot 14620.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e88cf412954d3fa4f864805a032672c15f336cd6a51e609f6b61bfbd926f94d | shasum -a 256