Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 3.2.2. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1197.
Hij zei dat hij 5.000 Zwitserse Franken bij zich had en dat hij daarmee een motor ging kopen. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , vroeg meneer zijn koffer te openen. In de koffer zag ik twee bruine enveloppen. Hij antwoordde dat er 35.000 Zwitserse Franken in de enveloppen zaten. Op mijn vraag waarom hij zei dat hij maar 5.000 Zwitserse Franken bij zich had, antwoordde hij dat ik hem verkeerd had begrepen en dat hij had gezegd dat hij 35.000 Zwitserse Franken bij zich had. Ik vroeg hem of hij een verblijfsdocument had. Hij overhandigde deze aan mij. Ik zag dat deze was afgegeven aan [verdachte] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/783a7a75f638f7cefa07faa9dace63f7dfc5cf5f58ce7f453229bd8b679ef030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 783a7a75f638f7cefa07faa9dace63f7dfc5cf5f58ce7f453229bd8b679ef030, en de alinea staat in dat document op bytes 8409 tot 9023.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/783a7a75f638f7cefa07faa9dace63f7dfc5cf5f58ce7f453229bd8b679ef030 | shasum -a 256