Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 3.2.3. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1197.
Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand volstrekt onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geldbedrag. Al het voorgaande in overweging nemende is het hof dan ook van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag - middellijk of onmiddellijk - van misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit wist."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/783a7a75f638f7cefa07faa9dace63f7dfc5cf5f58ce7f453229bd8b679ef030. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 783a7a75f638f7cefa07faa9dace63f7dfc5cf5f58ce7f453229bd8b679ef030, en de alinea staat in dat document op bytes 16776 tot 17290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/783a7a75f638f7cefa07faa9dace63f7dfc5cf5f58ce7f453229bd8b679ef030 | shasum -a 256