Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198.
Door de raadsvrouw is aangevoerd, dat [betrokkene 1] mede namens gezinshuis [A] aangifte heeft gedaan en dat niet is gebleken dat hij daartoe gemachtigd was. Nu op grond van artikel 269 Sr geen vervolging kan plaatsvinden dan op klacht van diegene tegen wie het misdrijf is gepleegd, dient het openbaar ministerie niet ontvankelijk te worden verklaard ten aanzien van feit 2 voor zover dit ziet op gezinshuis [A] , aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82, en de alinea staat in dat document op bytes 12305 tot 12753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82 | shasum -a 256