Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 2.6. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198.
Het oordeel van het Hof dat het ontbreken van een schriftelijke volmacht als bedoeld in art. 164, eerste lid, Sv zonder gevolgen kan blijven op de enkele grond dat uit de nagenoeg samenvallende belangen van [betrokkene 1] en gezinshuis [A] kan worden afgeleid dat zowel [betrokkene 1] als gezinshuis [A] ten tijde van het doen van aangifte onmiskenbaar de bedoeling hadden dat strafvervolging tegen de verdachte zou worden ingesteld, is, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.5 is vooropgesteld, niet toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82, en de alinea staat in dat document op bytes 18310 tot 18844.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82 | shasum -a 256