Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016
Onder 3.2.2. Hoge Raad 14 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198.
Het klopt dat ik hetgeen dat op de tenlastelegging staat op mijn website heb gezet. Ik heb de teksten aan iemand voorgelezen en diegene opdracht gegeven het op mijn website te zetten. Ik heb die tekst over gezinshuis [A] ook op mijn website gezet. Ik begrijp dat dit beledigend en beangstigend kan zijn. Ik woon in [plaats] . 6. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal d.d. 3 januari 2012, als bijlage op pagina 8 en verder van het onder 1. genoemde proces-verbaal, zakelijk weergegeven inhoudende: Als verklaring van verdachte:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82, en de alinea staat in dat document op bytes 24876 tot 25454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82 | shasum -a 256