Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016

Onder 3.2.3. Hoge Raad 14 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198.

Het hof overweegt, dat in artikel 261 Sr is ten laste gelegd de aanranding van iemands eer of goede naam door middel van telastlegging van een bepaald feit. Het moet gaan om een op zodanige wijze tenlastegelegd feit, dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging tegen één of meer aanwijsbare personen betreft. Met 'feit' wordt gedoeld op een feit dat geschikt is om iemands integriteit aan te tasten. In het algemeen heeft het iemand anders beschuldigen van min of meer concreet omschreven misdrijven óf zodanig omschreven feiten die met de positieve moraal strijden, een smadelijk karakter. De eis die de raadsvrouw stelt dat sprake moet zijn van een concrete strafbare gedraging vindt geen steun in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82, en de alinea staat in dat document op bytes 27109 tot 27847.