Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016

Onder 3.5. Hoge Raad 14 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1198.

De in de bewezenverklaring voorkomende feitelijke omschrijvingen van de "bepaalde feiten" waarvan de verdachte [betrokkene 2] en [betrokkene 3] op zijn website heeft beschuldigd, houden onder meer in - kort gezegd - dat "kampfbewaarster" [betrokkene 2] tijdens een bezoekuur een kind heeft verboden naar de wc te gaan, waarbij de verdachte zich afvraagt of we echt naar de praktijken van Nazi Duitsland gaan, en dat [betrokkene 3] "Nazi praktijken" erop na lijkt te houden door de ouders op alle mogelijke en ziekelijke manieren dwars te zitten om de kinderen terug te krijgen. Het oordeel van het Hof dat de verdachte aldus de eer en de goede naam van [betrokkene 2] en [betrokkene 3] heeft aangerand door tenlastelegging van "een of meer bepaalde feiten", zoals is bewezenverklaard, is, gelet op hetgeen hiervoor onder 3.4 is vooropgesteld, niet begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa6a9e0ffd8522f217cad2e3cf8ea89b04956825500ebb59e62e5d691e7c6f82, en de alinea staat in dat document op bytes 29856 tot 30730.