Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 14 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1199.

"De verdachte heeft niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28a37e0d18b336697701d7b02a62cfffdfccb5ad5b506af7a0813d63266c56a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28a37e0d18b336697701d7b02a62cfffdfccb5ad5b506af7a0813d63266c56a7, en de alinea staat in dat document op bytes 7263 tot 7783.