Citaat | Hoge Raad 14 juni 2016

Onder 3.2. Hoge Raad 14 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1199.

Nu de schriftuur geen klachten bevat ten aanzien van 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het door hem ingestelde hoger beroep en de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, kan de klacht dat na het wijzen van het bestreden arrest bij de betekening van de verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid is betracht niet leiden tot vernietiging van 's Hofs uitspraak, zodat het middel tevergeefs is voorgesteld (vgl. HR 4 mei 2004, ECLI: NL:HR:2004:AO5711, NJ 2004/495).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28a37e0d18b336697701d7b02a62cfffdfccb5ad5b506af7a0813d63266c56a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28a37e0d18b336697701d7b02a62cfffdfccb5ad5b506af7a0813d63266c56a7, en de alinea staat in dat document op bytes 10978 tot 11547.