Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016

Onder 2.2.4. Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:12.

De praktijk van alle dag heeft ermee te maken dat ik pas zo laat met het verzoek kom. Ik ga pas aan de zaak werken als ik een toevoeging krijg en dat is pas als ik de appeldagvaarding krijg. Een ander probleem is dat toen ik de zaak aan collega Spong overdroeg voor de cassatiefase, het proces-verbaal niet bewaard is gebleven. Toen de zaak terugkwam bij mij ontbrak het proces-verbaal. Ik heb er naar gestreefd om het eerder te krijgen. De inzagedag kon niet doorgaan vanwege praktische problemen. Ik ontving uiteindelijk het dossier begin november en daarna heb ik gelijk die brief gestuurd. Ik ging er vanuit dat het zou gaan lukken, elf dagen voor de zitting. Ik meen dat hof eerder al ambtshalve getuige [betrokkene 1] had moeten horen, ook al werd door de verdediging afgezien van het horen van de getuige. De verklaring van [betrokkene 1] is door het hof voor het bewijs gebruikt, dat was een van de redenen dat ik haar wil horen. Ik moet wel zeggen dat ik ook mijn bedenkingen heb. Ze heeft echter eerder wel gedetailleerd en consistent à decharge verklaard. Het hof dacht daar kennelijk anders over."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67bc4e46ef8514e8ba2d86df9713d982c8b7a522f8c03472dfe8d3a6940d1f64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67bc4e46ef8514e8ba2d86df9713d982c8b7a522f8c03472dfe8d3a6940d1f64, en de alinea staat in dat document op bytes 15011 tot 16134.