Citaat | Hoge Raad 5 januari 2016

Onder 2.2.4. Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:12.

"Ik vind het noodzakelijk dat getuige [betrokkene 1] wordt gehoord. Niet omdat de situatie zich voordoet als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1994. Ik heb de conclusie van advocaat-generaal Machielse gelezen en ik ben het daarmee eens. Als je de verklaring van de anonieme getuige buiten beschouwing zou laten zou je met kettingbewijs er ook wel komen. Het hangt dus niet af van alleen deze getuige. Het is simpelweg een overtuigingskwestie, daarom wil ik de getuige nog een keer horen. Er is een aangifte geweest, daarin heeft de getuige het een en ander gezegd en verdachte ontkent. Als u tot een bewezenverklaring zou komen, dan past een forse straf. Als het allemaal niet zo is gebeurd en de getuige gaat anders verklaren, dan ontbreekt de overtuiging en moet vrijspraak volgen. De vraag is natuurlijk wel of de getuige nog iets zinnigs kan verklaren. Ze heeft eerst verklaard dat ze is mishandeld en heeft dit later weer ontkend. Over dat gegeven: of ze wel of niet heeft zitten liegen, daar kan ze over verklaren. Als het hof de getuige niet wil horen, dan kan ik wel alvast mededelen dat ik alsnog tot een bewezenverklaring kom."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67bc4e46ef8514e8ba2d86df9713d982c8b7a522f8c03472dfe8d3a6940d1f64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67bc4e46ef8514e8ba2d86df9713d982c8b7a522f8c03472dfe8d3a6940d1f64, en de alinea staat in dat document op bytes 16247 tot 17417.