Citaat | Hoge Raad 29 januari 2016
Onder 2.4.11. Hoge Raad 29 januari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:121.
Voor de berekening van het bedrag dat een inhoudingsplichtige in 2013 moest afdragen is uitgegaan van het loon dat de werknemer in het voorafgaande kalenderjaar 2012 had genoten. Voor deze aanpak werd gekozen vanwege de noodzaak het begrotingstekort in 2013 terug te brengen van de door het CPB verwachte 4,5 percent tot 3 percent. Indien voor de berekening van de pseudo-eindheffing het loon over het kalenderjaar 2013 zou worden gebruikt, zou de heffing pas in 2014 kunnen worden berekend en afgedragen (zie de in onderdeel 4.34 van de conclusie van de Advocaat-Generaal aangehaalde wetsgeschiedenis) en zou niet de noodzakelijke bijdrage aan de begrotingsdoelstelling voor 2013 worden geëffectueerd. Het realiseren van deze begrotingsdoelstelling had hoge urgentie in verband met het vertrouwen van de financiële markten en de geloofwaardigheid van Nederland binnen de EU (vgl. onderdeel 4.11 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/990a2285ceec4254f2fb04636b521407a50ed36358d138e54409b6ff8969459b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 990a2285ceec4254f2fb04636b521407a50ed36358d138e54409b6ff8969459b, en de alinea staat in dat document op bytes 19592 tot 20547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/990a2285ceec4254f2fb04636b521407a50ed36358d138e54409b6ff8969459b | shasum -a 256