Citaat | Hoge Raad 21 juni 2016

Onder 2.4. Hoge Raad 21 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1239.

Een rechterlijke uitspraak mag in de regel pas ten uitvoer worden gelegd nadat zij onherroepelijk is geworden. De in art. 14e Sr voorziene uitzondering op deze regel met betrekking tot de dadelijke uitvoerbaarheid van de op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden dan wel het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht kan voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen hebben. Mede gelet daarop zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. (Vgl. HR 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:537, NJ 2015/236.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e3c73ab0468c7de756e85817e1e7d573c9e2c6651b43a39d5d63828f0baed2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e3c73ab0468c7de756e85817e1e7d573c9e2c6651b43a39d5d63828f0baed2b, en de alinea staat in dat document op bytes 10154 tot 10833.