Citaat | Hoge Raad 21 juni 2016

Onder 2.2.4. Hoge Raad 21 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 21 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1240.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij behandeling niet nodig acht. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij pertinent niet bereid is om mee te werken aan behandeling wanneer dit in een verplichte setting zou plaatsvinden en hij alleen hiertoe bereid is indien het een vrijwillig karakter heeft. Eerst nadat verdachte - na een korte onderbreking van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep - overleg had gehad met zijn raadsvrouwe heeft hij zich bereid verklaard mee te werken aan een behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b1546dadf4cbf3689acd178bb5b0ee09b8f331b18d6e333e0d9c1af639d66fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b1546dadf4cbf3689acd178bb5b0ee09b8f331b18d6e333e0d9c1af639d66fb, en de alinea staat in dat document op bytes 31554 tot 32103.