Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.9. Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1271.

[eiseres] betoogt met grief I dat de vordering van [verweerder 2] op grond van art. 128 Overgangsrecht Nieuw BW summierlijk ondeugdelijk is, aangezien hij zijn legitieme portie niet vóór 16 november 2006 heeft opgeëist. De grief miskent dat het bepaalde in art. 128 Overgangsrecht Nieuw BW er wel toe kan leiden dat de in het oude recht aan de legitimaris van een vóór 1 januari 2003 opengevallen nalatenschap toegekende bevoegdheden vervallen als deze bevoegdheden niet tijdig worden uitgeoefend, maar niet dat de vordering ter grootte van de legitieme portie op de nalatenschap komt te vervallen. En voor deze vordering heeft [verweerder 2] beslag gelegd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fab2581a7909406b439b0247da708bf051e0c93f1197cb4fce4b3349a3a76691. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fab2581a7909406b439b0247da708bf051e0c93f1197cb4fce4b3349a3a76691, en de alinea staat in dat document op bytes 16353 tot 17041.