Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 3.4.5 Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1271.
De wetgever heeft voor de in art. 128 Ow NBW vermelde termijn voor uitoefening van ‘oude’ bevoegdheden van de legitimaris aansluiting gezocht bij de termijn van art. 4:85 lid 1 BW (zie Kamerstukken II 1999-2000, 26 822, nr. 3, p. 13-14). Redelijke uitleg van art. 128 Ow NBW brengt mee dat [verweerder 2] zijn bevoegdheid kon uitoefenen door het binnen die termijn afleggen van een verklaring als bedoeld in art. 4:85 lid 1 BW, derhalve een verklaring dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. Daartoe was niet vereist hij binnen die termijn zijn legitieme portie ook daadwerkelijk opeiste.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fab2581a7909406b439b0247da708bf051e0c93f1197cb4fce4b3349a3a76691. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fab2581a7909406b439b0247da708bf051e0c93f1197cb4fce4b3349a3a76691, en de alinea staat in dat document op bytes 20376 tot 20991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fab2581a7909406b439b0247da708bf051e0c93f1197cb4fce4b3349a3a76691 | shasum -a 256