Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.3.4 Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1272.

De zuster heeft – als rechtsopvolger onder algemene titel (erfgenaam) van de moeder, en daarmee dus als ‘schenker’ – een beroep gedaan op vernietigbaarheid van schenkingen van de moeder aan de broer. Blijkens de stukken van het geding in feitelijke instanties heeft de zuster feiten en omstandigheden gesteld ter onderbouwing van haar betoog dat de schenkingen (in de vorm van effectentransacties) bij onderhandse akten van 14 december 2004 en 2 maart 2005 (in de processtukken aangeduid als document X4 respectievelijk document X2) door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen (zie de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 24). Deze processtukken laten geen andere conclusie toe dan dat de zuster heeft voldaan aan de ingevolge art. 7:176 BW op haar rustende stelplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50b8dca8ac6f22409052007d2ad18d855b175623463b6f4a81891533a4927655. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50b8dca8ac6f22409052007d2ad18d855b175623463b6f4a81891533a4927655, en de alinea staat in dat document op bytes 15963 tot 16787.