Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 3.4.2 Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1280.
Het hof heeft in het bestreden arrest aan de deskundige onder meer een vraag (A) gesteld over de uitleg van het begrip “negatief buigend moment”. Het heeft voorts gevraagd of en hoe [eiser] het negatief buigend moment heeft berekend (vraag H). Daaruit blijkt dat het hof over deze vraagpunten slechts voorlopige oordelen heeft gegeven. Op grond van het bepaalde in art. 399 Rv kunnen de onderdelen daarom niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bfa91237a116c2489135c8a2d43c87a485d7d7036e762658ce9b56ed91727ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bfa91237a116c2489135c8a2d43c87a485d7d7036e762658ce9b56ed91727ac, en de alinea staat in dat document op bytes 17132 tot 17579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bfa91237a116c2489135c8a2d43c87a485d7d7036e762658ce9b56ed91727ac | shasum -a 256