Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1294.

De rechtbank heeft de gefailleerde en de twee schuldeisers niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris op de grond dat zij onvoldoende belang hebben bij het instellen van dat hoger beroep. De rechtbank overwoog daartoe, verkort weergegeven, dat de curator belast is met het beheer en de vereffening van de boedel, waaronder ook de erkenning en de betwisting van vorderingen vallen, dat de curator daarbij onder toezicht van de rechter-commissaris staat, maar dat in art. 126 Fw met de belangen van de gefailleerde rekening wordt gehouden en dat het niet met die bepaling te verenigen is indien de gefailleerde als partij in de zin van art. 67 Fw zou kunnen opkomen tegen een beschikking waarin de rechter-commissaris weigert de curator te verplichten vorderingen te betwisten. De rechtbank voegde daaraan toe dat de gefailleerde na het faillissement de door de curator uitgekeerde rentebedragen van de schuldeisers van [verzoekster 1] als onverschuldigd betaald kan terugvorderen, en dat hij bovendien de curator aansprakelijk kan stellen wegens de (vermeende) onterechte weigering zich op verjaring van de rentevorderingen te beroepen. (rov. 3.6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50115e85fce506b423f871109a4a82dff1c482b93a2026d2396af20427ac808. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50115e85fce506b423f871109a4a82dff1c482b93a2026d2396af20427ac808, en de alinea staat in dat document op bytes 12487 tot 13706.