Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.2.2 Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1294.

Ook wat betreft de twee schuldeisers was de rechtbank van oordeel dat zij onvoldoende belang hebben bij het hoger beroep, aangezien art. 122 Fw hun een andere rechtsingang biedt om zich tegen de erkenning van de rentevorderingen te verzetten. De stelling dat de rechtsgang van art. 69 Fw de meest efficiënte route is om een rechterlijke beslissing over de verjaringskwestie te verkrijgen, doet volgens de rechtbank daaraan niet af en is geen reden om een beroepsmogelijkheid in het leven te roepen. (rov. 3.7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50115e85fce506b423f871109a4a82dff1c482b93a2026d2396af20427ac808. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50115e85fce506b423f871109a4a82dff1c482b93a2026d2396af20427ac808, en de alinea staat in dat document op bytes 13718 tot 14241.