Citaat | Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 3.2 Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1311.
[eiseres] heeft de hiervoor in 3.1 vermelde feiten erkend, maar betoogt dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege moet blijven, aangezien sprake is geweest van een vergissing. [eiseres] voert aan dat de cassatiedagvaarding op de voet van art. 63 Rv is betekend aan het kantoor van de advocaat van [verweerder] in feitelijke instanties en dat die advocaat heeft bevorderd dat de cassatiedagvaarding de bewindvoerder tijdig heeft bereikt, zodat de bewindvoerder op de hoogte is van het cassatieberoep. [eiseres] verzoekt de Hoge Raad, nu geen enkel rechtens te respecteren belang van [verweerder] zich daartegen verzet, om in de cassatiedagvaarding voor de verweerder te lezen: [betrokkene] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [verweerder] . Subsidiair verzoekt [eiseres] in de gelegenheid te worden gesteld de bewindvoerder op de voet van art. 118 Rv in cassatie op te roepen. Van schorsing is, gelet op (onder meer) het door [verweerder] ingeroepen arrest uit 2009, geen sprake. Van nietigheid van de dagvaarding evenmin, nu de dagvaarding op de voet van art. 63 Rv is betekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a109bf5cb06b9b76034bb61867f4c976c5462942054f4b97b9886adc5aed878. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a109bf5cb06b9b76034bb61867f4c976c5462942054f4b97b9886adc5aed878, en de alinea staat in dat document op bytes 10266 tot 11377.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a109bf5cb06b9b76034bb61867f4c976c5462942054f4b97b9886adc5aed878 | shasum -a 256