Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315.

Uit de stukken in het dossier blijkt het volgende. Op 31 mei 2013 komt om 19:47 uur bij de meldkamer van de politie Amsterdam de melding binnen van een inbraak in de Van Boshuizenstraat te Amsterdam. De daders zouden, volgens de melder, zijnde tevens ooggetuige, drie à vier negroïde mannen zijn die in een zwarte Audi A3 3-deurs zijn weggereden in de richting van de Beneluxbaan. Deze ooggetuige verklaart op de Van Boshuizenstraat achter deze Audi te hebben gereden en dat deze auto linksaf sloeg (het hof begrijpt: de Beneluxbaan op) richting Amstelveen. Daarna is hij de auto uit het oog verloren en heeft hij de politie gebeld. Omstreeks 19.51 uur zien verbalisanten die positie hadden ingenomen op de kruising van de Beneluxbaan en de Bovenkerkerweg (naar algemeen bekend een afstand van ongeveer 6 km), een zwarte Audi A3 3-deurs met vier negroïde mannen rijden. Dit blijkt de bij de inbraak betrokken auto te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9f26820de9e90a380d3bf94d51e88a6f8fccd741c139e4829249f9193b7aca8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9f26820de9e90a380d3bf94d51e88a6f8fccd741c139e4829249f9193b7aca8, en de alinea staat in dat document op bytes 14452 tot 15391.