Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 4.4. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

In de bewijsvoering ligt als 's Hofs vaststelling besloten dat de verdachte ter uitvoering van een voordien door hem en zijn mededaders gemaakte afspraak [betrokkene 1] heeft gebeld op een intern telefoonnummer van de Fortis bank op een moment waarop die [betrokkene 1] werkzaam was bij die bank zodat die [betrokkene 1] kon voorwenden dat hij een klant aan de telefoon had voor wie hij lade 11 moest openen, waardoor deze lade open was op het moment waarop een mededader het filiaal binnenkwam en het geld door deze mededader kon worden meegenomen. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de gedragingen van de verdachte en zijn mededaders, gelet op de onderlinge taakverdeling, het karakter droegen van een gezamenlijke uitvoering. Gelet hierop alsmede op de evenvermelde vaststellingen van het Hof heeft het Hof zijn oordeel dat de bijdrage van de verdachte aan het bewezenverklaarde delict van voldoende gewicht is en dat derhalve sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders, toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe, en de alinea staat in dat document op bytes 52437 tot 53527.