Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2.1. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

Op 20 november omstreeks 15.30 uur, werd ik wederom gebeld op het telefoontoestel aan de balie van de kleine kas. Ik hoorde dat ik een man aan de telefoon had. Ik hoorde dat de man aan mij vroeg of hij geld kon wisselen. Ik hoorde dat de man vroeg of hij biljetten van E 500,- voor biljetten van E 200,- kon wisselen. Ik zei tegen de man "Een moment, ik ga even voor u kijken". Ik heb de hoorn naast het toestel neergelegd. Ik ben naar lade 11 gelopen. Ik wist dat er voldoende geld in lade 11 zat maar ik wilde voor de klant verifiëren of er voldoende biljetten van E 200,- waren om te wisselen. Ik stond met mijn gezicht naar lade 11 en met mijn rug naar mijn collega [betrokkene 2] . Ik hoorde een hoop geschreeuw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe, en de alinea staat in dat document op bytes 9661 tot 10393.