Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2.1. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

Op donderdag 20 november 2003 omstreeks 15.00 kwam er een oudere meneer bij de bank binnen. Deze meneer meldde zich aan mijn balie en verzocht mij hem te helpen met zijn kluisbezoek. Ik ben vervolgens met deze meneer meegelopen naar zijn kluis. Ik ben vervolgens weer naar mijn balie gegaan en heb daarachter plaats genomen. Achter de balie bevindt zich een geldtelmachine. Deze geldtelmachine bevindt zich tussen mijn balie en die van [betrokkene 1] in. Op deze geldtelmachine ligt altijd een agenda. In deze agenda staan de bestellingen vermeld waarop klanten de door hen bestelde gelbedragen af komen halen. Ik heb vervolgens deze agenda gepakt om deze in te lezen omdat ik dacht aan een bestelling die gisteren besteld was door een klant voor morgen. Terwijl ik in de agenda aan het lezen was hoorde ik dat de telefoon op de balie van [betrokkene 1] over ging. Ik hoorde aan de ringtone dat het een extern gesprek moest zijn. Ik vond dit erg raar omdat niemand in het bezit hoort te zijn van het directe telefoonnummer van deze interne telefoon. Normaliter dient men via het algemene telefoonnummer van het filiaal te bellen naar de info balie van [betrokkene 3] op het algemene telefoonnummer. [betrokkene 3] draagt er vervolgens zorg voor dat de bij haar binnengekomen telefoongesprekken doorverbonden worden naar bijvoorbeeld de interne telefoon van [betrokkene 1] . Tevens vind ik het raar omdat [betrokkene 1] in het verleden wel vaker externe telefoongesprekken heeft ontvangen op zijn interne toestel. Ik hoorde dat [betrokkene 1] de telefoon opnam en dat hij iets zei zoals: 'Heeft u besteld? Briefjes van tweehonderd?'. [betrokkene 1] heeft wel meer gezegd maar ik heb het gehele gesprek verder niet gevolgd. Ik hoorde vervolgens dat [betrokkene 1] de hoorn op het toestel legde nadat het gesprek was afgelopen. Terwijl ik verder bladerde in de agenda zag en hoorde ik dat [betrokkene 1] opstond uit zijn stoel en liep in de richting van de voornoemde beveiligde lades paternoster. Ik denk dat [betrokkene 1] de code van lade elf had ingetoetst. Terwijl ik in de agenda aan het lezen was hoorde ik ineens een harde klap uit de richting van de toegangsdeur van de ontvangstruimte. Ik hoorde aansluitend hierop het geschreeuw van een persoon. Ik hoorde dat deze persoon schreeuwde: "Dit is een beroving. Iedereen naar beneden. Er is niets aan de hand". Ik zag vervolgens een persoon staan vlak voor de toegangsdeur aan de binnenkant van het filiaal. Ik zag dat deze persoon recht tegenover mijn balie stond. Ik zag dat deze persoon op ongeveer anderhalf a twee meter van mij af stond. Ik zag dat de man een zilverkleurig vuistvuurwapen in zijn rechterhand vast hield en dat de persoon dit vuurwapen heen en weer zwaaide met de kennelijke bedoeling het vuurwapen op een ieder, die in het pand aanwezig was, te richten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe, en de alinea staat in dat document op bytes 12477 tot 15318.