Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2.1. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316.

Ik ben medewerker van de Fortisbank. Vanmiddag hoorde ik op een gegeven moment dat er een overvaller binnen was. Ik hoorde toen wel op schreeuwende toon: "Dit is een overval". Andere woorden die gebruikt werden waren: 'Op de grond" en 'Naar beneden", "Tas vullen", "Niets aan de hand". Deze woorden werden steeds herhaald. Toen mij duidelijk werd dat het een overval was heb ik alleen gezien dat er een zilverkleurige loop van een pistool of revolver was. Op een gegeven ogenblik hoorde ik de schreeuwerige stem niet meer en hoorde ik de deur dichtvallen. Ik dacht dat de overval afgelopen was en heb voorzichtig boven mijn balie langs gekeken. Ik zag toen, vanaf mijn plaats dat bij de pinautomaat een vrouw stond te pinnen. Ik zag achter haar dat de overvaller achterop een motor stapte. Daar zat dus een bestuurder op die kennelijk op de overvaller had gewacht. De kleur is voornamelijk rood maar er zat ook wit in. De motor reed direct weg in de richting van de tram over de stoep naar de rijbaan toe. Ik heb ze daarna niet meer gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41f6cbd45981b2b69b653ce422e8168de61ab4ffbc138e72586e2bf05d217cbe, en de alinea staat in dat document op bytes 16973 tot 18026.