Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1318.

" [betrokkene 1] heeft aangifte gedaan van inbraak in het bedrijf/kantoor van D-Reizen Vakantiewinkel, gevestigd aan de Moerwijk te Breda. Op 11 februari 2011, tussen 16.00 uur en 16.30 uur, werd [betrokkene 2] , een collega van [betrokkene 1] , gebeld door een persoon die opgaf werknemer te zijn van de firma […]. Deze medewerker vroeg aan [betrokkene 2] om het tijdslot niet op de kluis te zetten. Op 12 februari 2011, omstreeks 09.25 uur, kwam [betrokkene 1] 's collega [betrokkene 3] bij de zaak aan. Zij bemerkte dat zij de sleutel van de achterdeur van het bedrijfspand niet goed in het slot kon krijgen. Zij zag tevens verbrekingen aan deze achterdeur. Vervolgens betrad [betrokkene 3] via de voordeur het pand en zij zag dat de kluis open stond en dat de keuken was doorzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f54ed462371160dbf6f870fcde234ddd75d80b84ca28a2594282acf605d15d8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f54ed462371160dbf6f870fcde234ddd75d80b84ca28a2594282acf605d15d8f, en de alinea staat in dat document op bytes 6662 tot 7462.