Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 4.3. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1318.

Blijkens de hiervoor onder 2.2 weergegeven overwegingen heeft het Hof bij zijn oordeel dat sprake is van het medeplegen van - kort gezegd - een inbraak, in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte informatie ter zake van de beveiliging heeft verstrekt aan de medeverdachten en hun heeft verteld waar de kluissleutels lagen. Deze door het Hof in aanmerking genomen omstandigheden bestaan uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht. Het Hof heeft evenwel uit die omstandigheden afgeleid dat de betrokkenheid van de verdachte bij de inbraak "verder [reikt] dan medeplichtigheid" en dat aldus sprake is geweest van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen is het oordeel van het Hof dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de inbraak, ontoereikend gemotiveerd. Dat het Hof voorts heeft overwogen dat de verdachte door haar handelen "de randvoorwaarden" voor het plegen van het strafbare feit heeft geschapen, maakt dit niet anders nu ook medeplichtigheid kan bestaan uit het verrichten van handelingen die dergelijke randvoorwaarden scheppen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f54ed462371160dbf6f870fcde234ddd75d80b84ca28a2594282acf605d15d8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f54ed462371160dbf6f870fcde234ddd75d80b84ca28a2594282acf605d15d8f, en de alinea staat in dat document op bytes 15643 tot 16814.