Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 4.2. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1319.

De door het Hof blijkens zijn bewijsoverweging in aanmerking genomen feiten en omstandigheden zijn niet zonder meer voldoende om te kunnen aannemen dat de verdachte de diefstallen heeft medegepleegd, mede in aanmerking genomen dat uit de bewijsmiddelen volgt dat door de bewoner van de woning voorafgaand aan de diefstallen een zwarte auto met daarin drie jongens met een Marokkaans uiterlijk in zijn straat is gezien en getuige [betrokkene 3] heeft gezien dat drie mannen van vermoedelijk Noord-Afrikaanse/Marokkaanse afkomst via het slaapkamerraam de woning verlieten, terwijl de verdachte zeer donker getint dan wel negroïde is en de verdachte direct na de strafbare feiten als bijrijder in een auto zat met drie medeverdachten die wel aan het signalement voldeden. De bewezenverklaring is dus in zoverre ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fe5af6b382153a356fc3e286dc4da4e26bc857edbabd687c4899d21b43b8b38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fe5af6b382153a356fc3e286dc4da4e26bc857edbabd687c4899d21b43b8b38, en de alinea staat in dat document op bytes 46427 tot 47274.