Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2.1. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1319.
Op maandag 8 oktober 2012 te 06.37 uur hoorde ik, verbalisant, de melding om te gaan naar de [a-straat] alwaar ter hoogte van perceel [1] zou worden ingebroken door drie personen. Ik, verbalisant, begaf mij direct in de richting van de [a-straat] te Amsterdam. Op het moment dat ik, verbalisant, over de Willem de Zwijgerlaan reed ter hoogte van de Rijpgracht zag ik, verbalisant, komende uit de richting van de Rijpgracht en gaande in de richting van de Willem de Zwijgerlaan een personenauto aan komen rijden. Ik, verbalisant, hoorde op dat zelfde moment dat de inbraak gepleegd zou zijn door drie personen, mogelijk van Noord-Afrikaanse afkomst, een (1) gekleed in een zwart trainingspak van het merk Adidas en de andere personen in het donker gekleed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fe5af6b382153a356fc3e286dc4da4e26bc857edbabd687c4899d21b43b8b38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fe5af6b382153a356fc3e286dc4da4e26bc857edbabd687c4899d21b43b8b38, en de alinea staat in dat document op bytes 14603 tot 15371.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fe5af6b382153a356fc3e286dc4da4e26bc857edbabd687c4899d21b43b8b38 | shasum -a 256