Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.1. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1322.
hebbende hij, verdachte en/of zijn mededader, op 24 januari 2014 bij de woning van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aangebeld en toen [betrokkene 3] de deur had geopend, dreigend de deur tegen haar aangeduwd en vervolgens die woning binnengedrongen en op 26 januari 2014 - op de voordeur van de woning van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gebonkt. En (vervolgens) [betrokkene 2] gevraagd waar [betrokkene 1] was en [betrokkene 2] (vervolgens) dreigend de woorden toegevoegd dat zij wisten dat zij, [betrokkene 1] en [betrokkene 2], twee kinderen hadden en dat het zonde zou zijn als hun wat zou overkomen en dat hij, [betrokkene 1], moest betalen
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699, en de alinea staat in dat document op bytes 6500 tot 7160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699 | shasum -a 256