Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1322.

Aangever [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij zondag 26 januari 2014, omstreeks 11:10 uur in het ziekenhuis was en dat zijn vrouw en dochter thuis waren. Hij zag later op zijn telefoon dat hij twee gemiste oproepen had van zijn vrouw. Hij belde vervolgens zijn vrouw terug maar zij nam niet op. Om 11:15 uur, werd hij op zijn mobiele telefoon gebeld door het telefoonnummer [001]. Hij nam op en hij hoorde een man tegen hem zeggen: "Goeiedag, ik bel je want ik was net bij je aan de deur maar je was niet thuis". Hij hoorde hem zeggen dat hij de vordering van 25.000 euro van [medeverdachte] had over gekocht. Hij hoorde hem zeggen dat hij dus nu met hem te maken had. Hij hoorde hem zeggen dat hij moest betalen en dat hij bij hun thuis een briefje met de gegevens door de brievenbus had gedaan met daarop de gegevens waarop het bedrag gestort moest worden. Hij hoorde de man vragen wanneer hij dit bedrag zou overmaken. Hij vertelde de man dat hij dit geldbedrag niet had omdat hij failliet is verklaard. Hij hoorde hem zeggen dat hem dat niet interesseerde. Hij hoorde hem zeggen dat hij moet betalen anders zouden er dingen gaan gebeuren. Hij hoorde de man zeggen: "Je hebt een leuke vrouw en kinderen, daar moetje zuinig op zijn, anders gaat daar wat mee gebeuren en dat zou zonde zijn". Hij hoorde de man zeggen dat hij zelf ook kinderen heeft die al wat ouder zijn en je wilt niet dat er iets met je kinderen gebeurt". Hij voelde zich door deze uitspraken erg bedreigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699, en de alinea staat in dat document op bytes 15472 tot 16964.