Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 2.2. Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1322.

Het voorgaande is ongeacht de vraag of de vordering bestond of opeisbaar was, en/of opeisbaar was jegens aangever [betrokkene 1] privé, zodat ook het verweer van de verdediging dat verdachte niet wist dat medeverdachte [betrokkene 4] niet in zijn recht stond, dient te worden verworpen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een 'oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling' daar de handelingen van verdachte en zijn medeverdachte op een dermate dreigende wijze zijn gedaan dat hij moet hebben beseft dat hij met zijn manier van handelen de grenzen van het maatschappelijk betamelijke verre heeft overschreden en dat degenen die daarmee werden geconfronteerd het ook als zodanig hebben ervaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699, en de alinea staat in dat document op bytes 20351 tot 21065.