Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 3 Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1322.
Het beslissingskader zoals dat is neergelegd in de hierboven genoemde arresten kan, met begrippen die niet steeds precies van elkaar af te grenzen zijn, niet anders dan globaal zijn (vgl. het arrest van heden ECLI:NL:HR:2016:1316). Dat hangt enerzijds samen met de variëteit van concrete omstandigheden in afzonderlijke gevallen, waarbij ook de aard van het delict een rol kan spelen (vgl. het arrest van heden ECLI:NL:HR:2016:1320 over art. 141 Sr alsmede het onderhavige arrest). Anderzijds is van belang de variëteit in de mate waarin die concrete omstandigheden kunnen worden vastgesteld, in welk verband de procesopstelling van de verdachte een rol kan spelen (vgl. de arresten van heden ECLI:NL:HR:2016:1315 en ECLI:NL:HR:2016:1323). In concrete zaken kan een en ander leiden tot een moeilijke afweging bij de beantwoording van de vraag of sprake is van medeplegen. Daaraan valt niet te ontkomen omdat er altijd zogenoemde grensgevallen zullen zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699, en de alinea staat in dat document op bytes 22681 tot 23651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/21f6d35e0f2f2e5dc611dd82d83ae313a0dbbf5ead8e82968c47e1acdf659699 | shasum -a 256