Citaat | Hoge Raad 5 juli 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 5 juli 2016
Een alinea uit Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323.
Ik doe aangifte van poging tot inbraak, gepleegd op 21 mei 2014 in mijn woning aan de [a-straat 1] [plaats] , gemeente Montferland. Vanmorgen, 21 mei 2014, omstreeks 07.00 uur heb ik als laatste onze woning verlaten. Voordat ik bij de woning wegging heb ik eerst alle buitendeuren en ramen gecontroleerd. Ze waren allemaal afgesloten. Vanmiddag omstreeks 16.00 uur werd ik door een buurman gebeld dat er bij onze woning gepoogd was om in te breken. Toen ik thuis kwam heb ik samen met de politie mijn woning bekeken. Ik zag dat men op drie plaatsen rondom de woning gepoogd heeft om zich toegang te verschaffen tot mijn woning. Bij de voordeur en bij een achterdeur heeft men geprobeerd om de deur te forceren met een breekvoorwerp, waardoor schade aan de deur en het deurkozijn is ontstaan. Ook bij het bovenlicht links naast de voordeur heeft men schade veroorzaakt aan het kozijn. Tevens werd de raamvergrendeling aan de binnenzijde van dit bovenlicht vernield.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414, en de alinea staat in dat document op bytes 6780 tot 7757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/25b40307216fc94ec33ac2670d8fd755688858bd94580e518f9498c933a16414 | shasum -a 256